Home / Kennisbank / Online samenwerken tools kiezen: welke stack past bij jouw hybride team

Online samenwerken tools kiezen: welke stack past bij jouw hybride team

Vrijwel elke organisatie die hybride werkt, heeft te veel software en te weinig samenhang. Er is een chatprogramma dat niemand consequent gebruikt, een projecttool die door twee teams is omarmd en drie plekken waar documenten kunnen staan. De keuze voor online samenwerken tools is daarmee zelden een aankoopbeslissing en bijna altijd een opruimbeslissing. Als directeur […]

Vrijwel elke organisatie die hybride werkt, heeft te veel software en te weinig samenhang. Er is een chatprogramma dat niemand consequent gebruikt, een projecttool die door twee teams is omarmd en drie plekken waar documenten kunnen staan. De keuze voor online samenwerken tools is daarmee zelden een aankoopbeslissing en bijna altijd een opruimbeslissing.

Als directeur hoef je niet te weten welke functie waar zit. Wat je wel moet doen, is bepalen welke stack past bij de manier waarop jouw organisatie werkt, en die keuze vervolgens handhaven. In dit artikel lees je hoe je die keuze onderbouwt, welke categorieën je nodig hebt en hoe je voorkomt dat het landschap opnieuw uitdijt.

Begin bij het werk, niet bij de functielijst

Leveranciers verkopen op functies. Zij laten zien wat er allemaal kan, en dat is altijd indrukwekkend. Het probleem is dat een functielijst je niets vertelt over de vraag of je organisatie er beter van wordt. Die vraag beantwoord je door eerst naar je eigen werk te kijken.

Breng in kaart hoe informatie door je organisatie stroomt. Waar komt werk binnen, wie pakt het op, wie moet wat weten en waar wordt het resultaat vastgelegd? Doe dat voor je twee of drie belangrijkste processen. Je hebt daar geen consultant voor nodig, wel een middag met de mensen die het werk daadwerkelijk doen.

Uit die exercitie rollen de knelpunten vanzelf. Meestal gaat het om dezelfde dingen: niemand weet wat de laatste versie van een document is, besluiten zijn niet terug te vinden, de status van een klus is onduidelijk en informatie zit in de mailbox van één persoon. Dat zijn je selectiecriteria, en die zijn veel bruikbaarder dan een lijst met vinkjes.

Het bredere kader voor deze keuzes staat beschreven in ons overzicht over hybride werken aansturen. De toolkeuze is daarbinnen een uitvoeringsvraag, geen strategische op zichzelf.

De vijf categorieën die elke hybride organisatie nodig heeft

Hoe verschillend organisaties ook zijn, er zijn vijf functies die altijd belegd moeten worden. Voor elke functie geldt: kies er één en houd je eraan.

1. Communicatie

Je hebt een kanaal nodig voor snel overleg en een kanaal voor formele communicatie. In de praktijk zijn dat chat en e-mail. Het cruciale punt is niet welke tool je kiest, maar dat je afspreekt waarvoor je welk kanaal gebruikt. Zonder die afspraak komt alles overal terecht en moet iedereen alles volgen.

2. Vergaderen

Eén videoplatform voor de hele organisatie, inclusief externe gasten. Twee platforms naast elkaar kost per vergadering minuten aan gedoe en levert nooit iets op. Let bij de keuze vooral op geluidskwaliteit en op hoe makkelijk een externe partij kan deelnemen zonder installatie.

3. Documenten en kennis

Eén plek waar bestanden staan, met een structuur die iemand beheert. Kies een omgeving waarin meerdere mensen tegelijk in een document kunnen werken, want dat voorkomt versieproblemen. Onderscheid daarbij werkdocumenten van vastgelegde kennis: het eerste mag rommelig zijn, het tweede moet vindbaar en actueel blijven.

4. Werk en voortgang

Een plek waar zichtbaar is wie wat doet en hoever het is. Dit is de categorie waar organisaties het meeste te winnen hebben, omdat het de eeuwige statusvragen wegneemt. Voor de meeste teams volstaat een eenvoudige takenlijst met eigenaar en deadline; complexe projectsoftware is meestal overkill.

5. Klant- en kerngegevens

Het systeem waarin je klantrelaties, orders of dossiers staan. Dit is doorgaans het systeem dat er al is en waar je niet zomaar vanaf stapt. Belangrijk is dat het koppelt met de rest, of in elk geval dat helder is welke informatie hier thuishoort en nergens anders.

Suite of losse tools?

De belangrijkste keuze die je maakt, is of je gaat voor één geïntegreerde suite of voor losse tools die je aan elkaar knoopt. Beide werken, maar ze passen bij verschillende organisaties.

Een suite van één leverancier levert samenhang, één inlog, één beheerpunt en meestal lagere totale kosten. Je levert er functionele diepgang voor in: het projectonderdeel van een suite is zelden zo goed als een gespecialiseerde tool. Voor de meeste organisaties tot een paar honderd medewerkers weegt de samenhang zwaarder dan de diepgang.

Losse tools kies je wanneer één proces zo bepalend is voor je bedrijf dat je daar het beste wilt. Een ontwerpbureau dat op één specifiek platform draait, een bouwbedrijf met specialistische calculatiesoftware, een adviespraktijk met een eigen dossiersysteem. Accepteer dan dat je koppelingen moet onderhouden en dat beheer complexer wordt.

Wat je in beide gevallen moet vermijden, is de tussenvorm die vanzelf ontstaat: een halve suite plus vier losse tools die niemand bewust heeft gekozen. Dat is de duurste variant, omdat je de nadelen van beide krijgt zonder de voordelen.

Gratis pdf

Acht vragen voor elke vrijdag

Sluit je week bewust af. Acht scherpe vragen die laten zien wat er echt speelde, wat beter kan en waar je aandacht volgende week heen moet.

Selectiecriteria die er echt toe doen

Als je eenmaal weet welke categorie je zoekt, beoordeel je kandidaten op een korte lijst criteria. Vier daarvan wegen zwaarder dan de rest.

Adoptie is criterium één. Een tool die tachtig procent van wat je wilt kan en door iedereen gebruikt wordt, is meer waard dan een tool die alles kan en door de helft wordt gemeden. Toets dit door een pilot te draaien met een team dat niet enthousiast is over verandering. Werkt het daar, dan werkt het overal.

Beheerlast is criterium twee. Vraag wie het gaat beheren en hoeveel tijd dat kost. Elke tool heeft iemand nodig die rechten regelt, structuur bewaakt en vragen beantwoordt. Reken die uren mee in je businesscase, want ze zijn vaak groter dan de licentiekosten.

Gegevensbescherming is criterium drie. Waar staan de gegevens, wie kan erbij en wat gebeurt er als je opzegt? Zorg dat je je eigen data kunt exporteren in een bruikbaar formaat. Dit is geen theoretische zorg: het is de belangrijkste reden waarom organisaties vastzitten aan een leverancier die niet meer bevalt.

Koppelbaarheid is criterium vier. Kan de tool overweg met de systemen die je al hebt? Een tool die niet koppelt, wordt een eiland en dwingt mensen tot dubbel invoeren. Dat is de snelste manier om een investering waardeloos te maken.

Weeg deze vier zwaarder dan de functielijst en leg je afweging kort vast, zodat je over twee jaar nog weet waarom je koos wat je koos. Die notitie is bovendien je beste verdediging tegen de collega die over een halfjaar met een alternatief aankomt dat op één punt beter scoort.

Zo voer je de keuze door

Een keuze maken is het makkelijke deel. Zorgen dat de organisatie hem daadwerkelijk gebruikt, is het werk. Drie dingen bepalen of dat lukt.

Ten eerste: zet het oude uit. Zolang de vorige tool nog beschikbaar is, blijft een deel van je mensen hem gebruiken en heb je twee waarheden. Kondig een einddatum aan, migreer wat mee moet en sluit dan echt af.

Ten tweede: leg de spelregels vast en houd ze kort. Waar zetten we documenten, waar bespreken we werk, wat gaat via de mail. Eén pagina, gedeeld door iedereen, met de reden erbij. Zonder deze afspraken krijg je dezelfde chaos in een nieuw jasje.

Ten derde: geef het tijd en begeleiding. Reken op drie maanden voordat een nieuwe manier van werken normaal is, en organiseer in die periode korte inloopmomenten waar mensen met vragen terechtkunnen. Een eenmalige training aan het begin dekt de vragen die pas in week zes opkomen niet af. Hoe je dit binnen je MT organiseert, lees je in ons artikel over digitaal samenwerken in je MT.

De fouten die je het meeste geld kosten

De eerste kostbare fout is kiezen op basis van een demonstratie. In een demo werkt alles, want de data zijn opgeschoond en de presentator kent elke sneltoets. Laat leveranciers daarom werken met een casus uit jouw eigen praktijk, inclusief de rommelige randgevallen. Het verschil in overtuigingskracht is groot en het bespaart je een verkeerde keuze.

De tweede fout is de invoering plannen in een drukke periode. Een nieuwe manier van samenwerken vraagt aandacht die er tijdens een piek niet is, en de eerste weken bepalen of mensen de tool omarmen of omzeilen. Kies bewust een rustiger kwartaal, ook als dat betekent dat je een half jaar wacht.

De derde fout is het onderschatten van datamigratie. Bestaande documenten, geschiedenis en rechten overzetten kost bijna altijd meer tijd dan begroot. Bepaal vooraf wat er echt mee moet en durf een archief te bevriezen in plaats van alles te migreren. Vijf jaar aan oude mappen meenemen naar een nieuwe omgeving is een garantie voor dezelfde rommel op een andere plek.

De vierde fout is geen eigenaar benoemen. Zonder iemand die verantwoordelijk is voor structuur, rechten en gebruiksafspraken verwatert elke omgeving binnen een jaar. Dat hoeft geen fulltime rol te zijn, maar het moet wel iemand zijn met tijd en mandaat.

Voorkomen dat het landschap opnieuw uitdijt

De grootste kans op terugval zit in de maanden na de invoering. Een team ontdekt een handige tool, schaft die zelf aan en binnen een jaar sta je waar je begon. Dat is niet te voorkomen met een verbod, wel met een eenvoudige route.

Spreek af dat elke nieuwe tool langs één punt gaat, met twee vragen: welk probleem lost dit op dat de huidige stack niet oplost, en wat gaat eruit. Verzoeken die daar goed doorheen komen, keur je gewoon goed. Verzoeken die stranden, blijken meestal een verkapt verzoek om betere afspraken.

Plan daarnaast een jaarlijkse opschoning. Kijk welke licenties er lopen, wie ze gebruikt en wat de kosten zijn. Bij vrijwel elke organisatie levert die exercitie zowel geld op als rust in het landschap.

Neem in diezelfde ronde de gebruiksafspraken mee. Tools veranderen, teams groeien en wat een jaar geleden logisch was, past inmiddels niet meer. Eén pagina bijwerken kost een uur en voorkomt dat mensen terugvallen op hun eigen oplossing omdat de afspraak niet meer klopt met de praktijk.

Veelgestelde vragen over online samenwerken tools

Hoeveel tools heeft een hybride organisatie nodig?

Voor de vijf kernfuncties heb je meestal drie tot vijf systemen nodig, omdat een suite er vaak meerdere afdekt. Ga je richting de tien, dan is de kans groot dat er overlap in zit. De juiste vraag is niet hoeveel, maar of voor elke informatiesoort duidelijk is waar die thuishoort.

Moeten we voor een suite of voor losse tools kiezen?

Kies een suite als samenhang, beheergemak en kosten zwaarder wegen dan functionele diepgang, wat voor de meeste middelgrote organisaties geldt. Kies losse tools wanneer één proces zo bepalend is voor je bedrijf dat je daar het beste wilt. Vermijd de ongeplande mengvorm.

Hoe krijg ik mensen zover dat ze de nieuwe tool echt gebruiken?

Door het oude uit te zetten, korte spelregels af te spreken en drie maanden begeleiding te bieden. Betrek daarnaast per team iemand die als aanspreekpunt fungeert. Adoptie loopt vrijwel altijd via collega’s en niet via een handleiding.

Wat kost een goede samenwerkingsstack?

Licentiekosten liggen doorgaans tussen de tien en dertig euro per medewerker per maand, afhankelijk van de gekozen pakketten. Belangrijker is de verborgen kostenpost: beheer, migratie en de tijd die adoptie kost. Reken die mee, want ze overtreffen in het eerste jaar vaak de licenties.

Wie moet de beslissing nemen over online samenwerken tools?

De directie beslist over de hoofdrichting en het budget, IT beoordeelt de technische en beveiligingskant en de gebruikers toetsen of het in de praktijk werkt. Laat de keuze niet volledig bij IT, want dan wint techniek van bruikbaarheid. Laat hem ook niet volledig bij de gebruikers, want dan wint de mening van de luidste stem.

Tot slot

Een goede stack ontstaat niet door de beste tools te kiezen maar door bewust te kiezen en die keuze te handhaven. Begin bij je eigen werkstromen, dek de vijf kernfuncties af, beoordeel kandidaten op adoptie en beheerlast, en ruim op wat je vervangt. Doe je dat, dan is de discussie over online samenwerken tools over een jaar geen terugkerend agendapunt meer maar een afgeronde keuze.

Even sparren over jouw leiderschap?

Laat je gegevens achter, dan plannen we een impactcall van dertig minuten. We kijken waar jij staat, wat je wilt ontwikkelen en of SiET! daarbij past. Past het niet, dan zeggen we dat gewoon.

Reactie binnen één werkdag
← Terug naar kennisbank

Plan nu je impactcall

Dit artikel is geschreven door Edwin Webster, oprichter van SiET! LEIDERSCHAP. Edwin begeleidt al jarenlang ondernemers, directeuren en managers op topniveau in leiderschapstransformatie, met een sterke focus op verantwoordelijkheid, bewustzijn en duurzame impact.

Neem contact op
Ben jij de leider waarvoor SiET! is ontwikkeld?

Download de brochure en ontdek hoe SiET! leiders helpt groeien.

Direct beschikbaar als PDF