Home / Kennisbank / Notulen maken die je echt gebruikt: actiepunten boven verslaglegging

Notulen maken die je echt gebruikt: actiepunten boven verslaglegging

Er zijn twee soorten notulen. De eerste verdwijnt in een map en wordt nooit meer geopend. De tweede ligt bij elk volgend overleg op tafel omdat er in staat wat er moet gebeuren. Het verschil zit niet in de schrijfvaardigheid van de notulist, maar in de vraag waar het document voor gemaakt is. Notulen maken […]

Er zijn twee soorten notulen. De eerste verdwijnt in een map en wordt nooit meer geopend. De tweede ligt bij elk volgend overleg op tafel omdat er in staat wat er moet gebeuren. Het verschil zit niet in de schrijfvaardigheid van de notulist, maar in de vraag waar het document voor gemaakt is.

Notulen maken die je echt gebruikt, betekent dat je het verslag opbouwt rond actiepunten in plaats van rond verslaglegging. Wie las wat, in welke volgorde en met welke nuance, is achteraf zelden interessant. Wat er is besloten en wie er nu aan zet is, dat wel. In dit artikel lees je welk format daarbij hoort, hoe je actiepunten formuleert die overeind blijven en hoe je zorgt dat het verslag daadwerkelijk wordt opgevolgd.

Waarom de meeste notulen ongebruikt blijven

Een verslag wordt niet gelezen omdat er te veel in staat. Drie pagina’s lopend proza waarin het besluit ergens halverwege verstopt zit, kost een lezer tien minuten. Die tijd heeft niemand, dus scant men het en handelt vervolgens op basis van herinnering.

Daar komt bij dat de meeste verslagen geen duidelijke vervolgstap bevatten. Er staat wel wat er is besproken, maar niet wie er iets moet doen. Dan is het document informatief en niet sturend, en informatie zonder consequenties leest niemand twee keer.

Het derde probleem is de plek. Een verslag dat als bijlage in een mailwisseling zit, is over drie weken onvindbaar. Wie iets wil nakijken, vraagt het dan liever aan een collega dan dat hij gaat zoeken. Zo verdwijnt de waarde van het vastleggen alsnog. Bekijk notulen maken daarom niet los, maar als onderdeel van hoe je organisatie overlegt, zoals uitgewerkt in effectiever vergaderen als directeur.

Het format dat wel werkt

Bouw je notulen op uit vier blokken, in deze volgorde. De volgorde is belangrijk, want wat bovenaan staat wordt gelezen.

  • Actiepunten. Wie doet wat, voor wanneer. Bovenaan, niet achteraan.
  • Besluiten. Wat is er besloten, in één zin per besluit.
  • Openstaand. Waar is bewust geen knoop over doorgehakt en wanneer komt het terug.
  • Context. Alleen de achtergrond die je over een half jaar nodig hebt om het besluit te begrijpen.

Dat is het. Geen aanwezigheidslijst van tien regels, geen samenvatting van het gesprek, geen weergave van standpunten die niet tot iets hebben geleid. Wie dit format een paar keer gebruikt, merkt dat een normaal werkoverleg in een half A4 past.

Gebruik daarnaast één doorlopend document per overlegreeks in plaats van een los bestand per datum. Het nieuwste verslag staat bovenaan, de rest eronder. Zoeken in de geschiedenis van een overleg wordt daarmee een kwestie van scrollen in plaats van van mappen doorspitten.

Zet bovenaan dat doorlopende document ook de vaste gegevens die anders elke keer terugkomen: welk overleg dit is, wie er standaard bij zijn en waar het overleg voor bedoeld is. Dan hoef je die informatie niet in elk verslag te herhalen en blijft het notulen maken beperkt tot wat er die keer daadwerkelijk nieuw was. Dat scheelt de notulist tijd en de lezer ruis.

Actiepunten die overeind blijven

Een actiepunt is pas bruikbaar als een buitenstaander kan vaststellen of het is gedaan. Dat klinkt streng en het is de enige eis die telt.

Hanteer daarom drie elementen per actiepunt: een werkwoord, een naam en een datum. “Marieke levert uiterlijk 18 september de herziene prijslijst aan bij de accountmanagers.” Dat is toetsbaar. “Prijslijst herzien” is dat niet, want je weet niet wie, niet wanneer en niet wat er dan af is.

Vermijd verzamelnamen als eigenaar. Een actiepunt dat bij een team ligt, ligt bij niemand. Er mag best een team aan werken, maar er is altijd één persoon die verantwoordelijk is voor het resultaat. Zet die naam erbij, ook als iedereen aan tafel denkt dat het vanzelf spreekt.

Formuleer tijdens het overleg, niet erna

Actiepunten die achteraf uit een geluidsopname of uit het geheugen worden gedestilleerd, zijn zwakker dan actiepunten die je ter plekke hardop uitspreekt en op het scherm zet. Ter plekke kan de eigenaar meteen zeggen dat een datum niet haalbaar is, of dat hij iets anders begrepen had. Achteraf krijg je die correctie pas als het al te laat is.

Gratis pdf

Acht vragen voor elke vrijdag

Sluit je week bewust af. Acht scherpe vragen die laten zien wat er echt speelde, wat beter kan en waar je aandacht volgende week heen moet.

De actielijst die het verslag overleeft

Een verslag is een momentopname. Actiepunten leven langer dan het overleg waarin ze zijn afgesproken, en dus horen ze niet alleen in het verslag maar ook op een doorlopende lijst.

Houd één lijst bij per overlegreeks met vier kolommen: actie, eigenaar, deadline, status. Alles wat is afgerond gaat eraf of verhuist naar onderaan. Wat blijft staan, staat er nog omdat het nog moet gebeuren.

Behandel die lijst als eerste punt van elk volgend overleg en loop hem in twee minuten door. Klaar, loopt, of niet gebeurd. Bij niet gebeurd stel je één vraag: wat is er nodig om dit wel te laten gebeuren. Geen verantwoording, geen uitleg. Dat maakt het gesprek kort en zorgt dat mensen de lijst serieus nemen.

Zet de lijst op dezelfde plek als het verslag en geef iedereen leesrechten. Een actielijst die alleen de voorzitter kan inzien, wordt een controlemiddel in plaats van een gedeeld overzicht. Zichtbaarheid doet hier het meeste werk: mensen werken hun eigen punten bij zodra ze weten dat de rest meekijkt.

Blijft een punt drie overleggen staan, dan haal je het eraf. Ofwel het is niet belangrijk genoeg, ofwel de eigenaar heeft er de ruimte niet voor, en beide antwoorden zijn nuttiger dan een lijst die alleen maar groeit.

Schrijven voor wie er niet bij was

De beste toets voor je notulen is deze: kan iemand die niet bij het overleg was, na het lezen precies benoemen wat er van hem wordt verwacht. Dat is een strengere eis dan hij lijkt, en hij verandert de manier waarop je schrijft.

Het betekent bijvoorbeeld dat je geen afkortingen gebruikt die alleen aan tafel bekend zijn. Het betekent ook dat je verwijzingen als “zoals besproken” of “conform de eerdere lijn” vermijdt, want de lezer weet niet wat er is besproken. En het betekent dat je een besluit voluit opschrijft in plaats van in de steno waarin het aan tafel werd afgehamerd.

Dat kost je bij het notulen maken misschien twee minuten extra per verslag. Het bespaart je alle navragen van mensen die het stuk lezen en het maakt je verslag bruikbaar voor iedereen die later instroomt in het dossier. In organisaties met wisselende bezetting of veel deeltijders is dat het verschil tussen een verslag dat werkt en een verslag dat alleen voor de aanwezigen betekenis heeft.

Lees je eigen laatste verslag daarom een keer met die bril. Bijna altijd stuit je binnen een minuut op een zin die alleen te begrijpen is als je erbij was.

Wie schrijft, wie is verantwoordelijk

Notulen maken is een vaardigheid, geen bijbaan voor wie toevallig niets in te brengen heeft. De notulist moet begrijpen waar het over gaat, anders schrijft hij op wat er wordt gezegd in plaats van wat er wordt bedoeld.

Laat de rol daarom rouleren tussen de deelnemers die inhoudelijk meekomen. Dat verhoogt de kwaliteit en het heeft een bijeffect: wie zelf een keer een vage conclusie heeft moeten opschrijven, formuleert de volgende keer scherper.

De verantwoordelijkheid voor de inhoud ligt bij de voorzitter, niet bij de notulist. De voorzitter bepaalt of een conclusie duidelijk genoeg is om vast te leggen en of een actiepunt een eigenaar en een datum heeft. Zonder die rolverdeling wordt de kwaliteit van je verslagen afhankelijk van wie er die dag meetikt. Meer over hoe die twee rollen samenwerken lees je in een vergaderagenda opstellen.

Praktische afspraken die het verschil maken

Een paar afspraken bepalen in de praktijk of je notulen gebruikt worden of niet.

Spreek af dat het verslag dezelfde dag rondgaat. Hoe langer je wacht, hoe meer mensen alvast op hun eigen herinnering afgaan. Bij live notuleren kan het binnen het uur, en dat is de standaard waar je naartoe wilt.

Spreek af waar het verslag staat. Eén vaste plek die iedereen kent en waar iedereen bij kan. Niet in een mailbox, niet op een lokale schijf, en niet op vier plekken tegelijk.

Spreek tot slot af wat er níet in gaat. Persoonlijke beoordelingen, vertrouwelijke personeelszaken en losse ergernissen horen niet in een verslag dat breed wordt gedeeld. Voor gevoelige onderwerpen maak je een aparte, beperkte vastlegging of je noteert alleen het besluit zonder de afwegingen.

Eén lengte-afspraak die alles vereenvoudigt

Spreek in je organisatie af dat een verslag van een regulier overleg op één pagina past. Die grens dwingt tot keuzes en maakt de discussie over vorm overbodig. Wie meer nodig heeft, voegt een bijlage toe die je niet hoeft te lezen om te weten wat er van je wordt verwacht. In de praktijk merken teams dat ze na twee of drie keer moeiteloos binnen die pagina blijven, en dat de kwaliteit van de besluitvorming aan tafel er ook door verbetert. Als een conclusie niet in één zin past, is hij aan tafel waarschijnlijk ook niet scherp genoeg geformuleerd.

Notulen maken bij verschillende soorten overleg

Niet elk overleg vraagt hetzelfde. Bij een kort dagelijks afstemmingsmoment volstaat een lijstje blokkades met eigenaren, en hoef je geen verslag te maken. Bij een regulier teamoverleg gebruik je het format met vier blokken.

Bij formele gremia ligt het anders. Voor een raad van commissarissen, een ondernemingsraad of besluiten met juridische gevolgen leg je meer vast: welke alternatieven zijn overwogen, welke afwegingen zijn gemaakt en wie er aanwezig was. Daar is het verslag ook een verantwoordingsdocument.

Maak dat onderscheid expliciet in je organisatie. Als iedereen dezelfde zware vorm gebruikt, kost het onnodig veel tijd. Gebruikt iedereen dezelfde lichte vorm, dan mis je bij de formele besluiten de onderbouwing die je later nodig hebt.

Veelgestelde vragen over notulen maken

Wat hoort er minimaal in notulen?

Actiepunten met eigenaar en deadline, de genomen besluiten, en wat er bewust is uitgesteld. Dat is de kern. Aanwezigen, datum en de context bij een besluit zijn nuttig, maar zonder die eerste drie blokken heeft het verslag geen functie.

Hoe snel moeten notulen rondgaan?

Dezelfde dag, en bij live notuleren binnen het uur. Een verslag dat pas na een paar dagen verschijnt, corrigeert niets meer, omdat mensen dan al zijn begonnen op basis van hun eigen interpretatie van het overleg.

Moet je notulen laten vaststellen?

Bij formele gremia is vaststelling gebruikelijk en soms verplicht. Bij gewone werkoverleggen is het overbodig als je tijdens het overleg zichtbaar hebt genotuleerd en de conclusies hardop zijn bevestigd. Dan is het verslag al gecontroleerd op het moment dat het af is.

Wat doe je met acties die telkens blijven staan?

Haal ze na drie keer van de lijst en bespreek waarom het niet lukt. Meestal is het punt niet belangrijk genoeg of heeft de eigenaar er geen ruimte voor. Een actielijst die alleen maar groeit, verliest zijn werking voor alle punten die er wel toe doen.

Kun je notulen automatisch laten genereren?

Software kan het gesprek transcriberen en samenvatten, maar bepaalt niet wat belangrijk is en formuleert zelden een toetsbaar actiepunt. Gebruik het als hulpmiddel om terug te kunnen zoeken en laat een mens de besluiten en acties opschrijven. Regel vooraf ook hoe je binnen je organisatie omgaat met opnames en privacy.

Notulen maken die je echt gebruikt, is vooral een kwestie van weglaten. Zet de actiepunten bovenaan, formuleer met werkwoord, naam en datum, houd het op een half A4 en zorg dat de lijst het eerste punt is van je volgende overleg. Dan is je verslag geen verplichting achteraf, maar het instrument waarmee je overleg tot uitvoering leidt.

Even sparren over jouw leiderschap?

Laat je gegevens achter, dan plannen we een impactcall van dertig minuten. We kijken waar jij staat, wat je wilt ontwikkelen en of SiET! daarbij past. Past het niet, dan zeggen we dat gewoon.

Reactie binnen één werkdag
← Terug naar kennisbank

Plan nu je impactcall

Dit artikel is geschreven door Edwin Webster, oprichter van SiET! LEIDERSCHAP. Edwin begeleidt al jarenlang ondernemers, directeuren en managers op topniveau in leiderschapstransformatie, met een sterke focus op verantwoordelijkheid, bewustzijn en duurzame impact.

Neem contact op
Ben jij de leider waarvoor SiET! is ontwikkeld?

Download de brochure en ontdek hoe SiET! leiders helpt groeien.

Direct beschikbaar als PDF