Multitasken geldt in veel directiekamers nog steeds als een teken van kracht. Je schuift tussen een mailtje, een bericht van je commercieel manager en de kwartaalcijfers heen en weer, en aan het eind van de dag heb je het gevoel dat je enorm veel hebt aangeraakt. Dat gevoel klopt. Wat er niet klopt, is de conclusie dat je daarmee ook veel hebt afgemaakt.
In dit artikel ontleden we waarom multitasken je als leider juist trager maakt, wat er in je brein gebeurt zodra je van taak wisselt, en hoe je die gewoonte stap voor stap afbouwt zonder minder bereikbaar te worden voor je team. Geen moralistisch verhaal over focus, maar een nuchtere uitleg van het mechanisme en een werkwijze die je morgen kunt invoeren.
Wat multitasken feitelijk is
Het woord multitasken suggereert dat je twee dingen tegelijk doet. Bij denkwerk is dat vrijwel nooit het geval. Je hersenen kunnen maar één complexe taak tegelijk uitvoeren die je aandacht en werkgeheugen vraagt. Wat je in werkelijkheid doet, heet taakwisselen: je springt in hoog tempo heen en weer tussen twee of meer taken. De ervaring van gelijktijdigheid is een illusie die ontstaat doordat de wisselingen snel gaan.
De uitzondering zijn taken die volledig geautomatiseerd zijn. Lopen en praten gaat prima. Autorijden op een lege snelweg en luisteren naar een podcast gaat meestal ook. Zodra één van beide taken bewuste sturing vraagt, valt de andere terug. Iedere directeur die weleens een lastig telefoongesprek voerde in druk verkeer, weet precies op welk moment de auto vanzelf langzamer ging rijden.
Voor leidinggevend werk is dit onderscheid belangrijk. Vrijwel alles wat op jouw bord ligt, valt in de categorie bewuste sturing. Een investeringsbeslissing wegen, een reorganisatievoorstel lezen, een functioneringsgesprek voorbereiden: dat zijn geen taken die op de automatische piloot kunnen. Multitasken betekent in dat werk dus altijd taakwisselen, en taakwisselen kost.
De verborgen rekening van taakwisselen
Elke keer dat je van taak wisselt, moet je brein twee dingen doen. Het moet de regels van de oude taak loslaten en de regels van de nieuwe taak activeren. Dat kost tijd, meestal een paar seconden. Dat lijkt verwaarloosbaar, tot je bedenkt hoe vaak je op een dag wisselt. Vijftig wisselingen per dag van gemiddeld een halve minuut hersteltijd komt neer op ruim twintig minuten die nergens naartoe gaan.
Ernstiger dan het tijdverlies is het aandachtsresidu. Wanneer je een taak verlaat voordat die af is, blijft een deel van je aandacht achter bij die taak. Je zit in het overleg, maar een stukje van je hoofd hangt nog aan de offerte die je halverwege dichtklapte. Je bent lichamelijk aanwezig en mentaal voor tachtig procent beschikbaar. Dat merken de mensen aan tafel, ook als niemand het benoemt.
Bij multitasken stapelt dat residu zich op. Na een ochtend van voortdurend springen werk je aan taak nummer zeven, terwijl brokstukken van de zes voorgaande nog rondzweven. Je voelt dat als vermoeidheid of onrust, maar de oorzaak is niet dat je te hard hebt gewerkt. De oorzaak is dat je te vaak bent verhuisd.
Er is nog een derde kostenpost die directeuren zelden meerekenen. Fouten in versplinterd werk komen later aan het licht en zijn duurder om te herstellen. Een cijfer dat je verkeerd overnam omdat je tussendoor werd weggeroepen, rolt door in een begroting en wordt pas drie weken later ontdekt. De tijd die je op het moment zelf leek te winnen, betaal je met rente terug.
Waarom multitasken vooral leiders raakt
Voor een medewerker met een afgebakend takenpakket is de schade daarvan beperkt. Voor een directeur of MT-lid is die veel groter, om drie redenen.
De eerste reden is de aard van je werk. Jouw waarde zit in oordeelsvorming: keuzes maken die anderen niet kunnen maken. Oordeelsvorming vraagt dat je meerdere factoren tegelijk in je hoofd houdt en tegen elkaar afweegt. Dat is precies de capaciteit die als eerste sneuvelt bij multitasken. Je blijft prima in staat om mails te beantwoorden. Je verliest het vermogen om een complexe afweging tot het eind door te denken. Dat verlies is onzichtbaar, want er ligt geen taak stil.
De tweede reden is voorbeeldgedrag. Als jij tijdens het MT-overleg zit te typen, geef je het signaal af dat dit normaal is. Binnen een half jaar zit iedereen aan tafel te typen en heb je een vergadercultuur waarin niemand meer volledig luistert. Multitasken is besmettelijk, en jij bent de belangrijkste besmettingsbron in je organisatie.
De derde reden is dat niemand je corrigeert. Een medewerker die er met zijn hoofd niet bij is, wordt daarop aangesproken. Een directeur die er met zijn hoofd niet bij is, krijgt het voordeel van de twijfel. Je hebt het immers druk. Daardoor kan het patroon jarenlang doorgroeien zonder dat iemand aan de rem trekt.
Gratis pdf
Acht vragen voor elke vrijdag
Sluit je week bewust af. Acht scherpe vragen die laten zien wat er echt speelde, wat beter kan en waar je aandacht volgende week heen moet.
De illusie van productiviteit
Versplinterd werken voelt goed, en dat is precies het probleem. Elke keer dat je een bericht beantwoordt of een mail wegwerkt, krijg je een klein signaal van afronding. Je hebt iets gedaan. Dat gevoel is echt, ook al is de bijdrage aan je eigenlijke werk nihil.
Zo ontstaat een pijnlijke verschuiving. Je dag vult zich met taken die snel een gevoel van voortgang geven, terwijl het werk dat er werkelijk toe doet blijft liggen. De strategische notitie, het gesprek met die ene manager waar je tegenop ziet, het doordenken van je organisatiestructuur: dat zijn taken zonder directe beloning. Ze verliezen elke keer van de inbox.
Het gevolg zie je terug in je agenda aan het eind van het kwartaal. Je hebt keihard gewerkt en veel afgevinkt, maar de drie dingen die je aan het begin van dat kwartaal als belangrijkste had aangemerkt, staan er nog steeds. Dat is geen kwestie van te weinig uren. Dat is een kwestie van een dag die uit versplinterde stukjes bestond.
Waar de ruis vandaan komt
Taakwisselen is zelden een bewuste keuze. Het is het gevolg van een werkomgeving die je voortdurend uitnodigt om te wisselen. Om het af te leren, moet je eerst weten welke uitnodigingen je krijgt.
Meldingen vormen de grootste bron. Een pop-up van je mailprogramma, een trilling van je telefoon, een badge op je scherm: elk daarvan is een verzoek om te wisselen, en de meeste mensen zeggen daar automatisch ja op. Dan is er de open deur, letterlijk en figuurlijk. Beschikbaar zijn is een deugd in leiderschap, maar volledige beschikbaarheid betekent dat iedereen jouw dag mag indelen.
De derde bron zit binnenin. Zodra een taak weerstand oproept, zoekt je hoofd zelf naar een ontsnapping. Je opent je mail niet omdat er iets binnenkwam, maar omdat de notitie waaraan je werkt lastig is. Dat is de moeilijkste vorm om af te leren, want de trigger komt van jezelf. Het herkennen van dat moment is al de halve oplossing: als je merkt dat je naar je inbox grijpt op precies het punt waar het werk stroef wordt, weet je dat het niet om de mail gaat.
Multitasken afbouwen in vier stappen
Je hoeft je werkwijze niet radicaal om te gooien. Vier ingrepen, in deze volgorde, halen het grootste deel van de schade weg.
Zet meldingen uit, niet op stil. Een telefoon die trilt is nog steeds een uitnodiging. Schakel pushmeldingen van mail en chat volledig uit en bepaal zelf wanneer je kijkt. Drie tot vier vaste momenten per dag volstaat voor vrijwel elke directeursrol. Spreek dat af met je team, zodat niemand denkt dat je onbereikbaar bent geworden.
Werk in blokken van minimaal vijfenveertig minuten. De opstarttijd van een complexe taak is vijftien tot twintig minuten. Een blok van een half uur is dus vooral opstarten. Reserveer voor denkwerk blokken van vijfenveertig tot negentig minuten en behandel die als een afspraak met een klant: die verzet je niet zomaar.
Maak één ding tegelijk zichtbaar. Sluit alles wat niet bij de taak hoort. Geen tweede scherm met je inbox erop, geen tabbladen die je eraan herinneren dat er nog van alles ligt. Wat je ziet, wisselt uiteindelijk je aandacht.
Bouw een parkeerplaats. Houd een lijst naast je waarop je invallen kwijt kunt. Schiet je halverwege een analyse te binnen dat je die leverancier nog moet bellen, dan schrijf je dat op en werk je door. Zonder die uitlaatklep blijft je hoofd de herinnering herhalen tot je toegeeft. Dit is de kleinste ingreep en vaak de effectiefste.
Wat multitasken met je team doet
De schade blijft niet bij jou. Een leider die voortdurend wisselt, produceert een team dat voortdurend wisselt. Dat zie je terug in drie patronen.
Beslissingen worden trager. Als jij een voorstel drie keer half leest in plaats van één keer helemaal, duurt het langer voordat er een antwoord komt. Je mensen wachten en beginnen ondertussen aan iets anders, waardoor de vertraging zich vermenigvuldigt door de organisatie.
De kwaliteit van gesprekken daalt. Een medewerker die aanvoelt dat je er half bij bent, brengt de moeilijke dingen niet meer in. Die houdt het bij een update. De signalen waar je als directeur juist op zit te wachten, bereiken je niet meer.
En de norm verschuift. Wanneer half aanwezig zijn tijdens overleg normaal wordt, moet je vergaderingen twee keer voeren omdat de helft de eerste keer niet luisterde. Een team dat leert om aan één ding tegelijk te werken, levert sneller en met minder herstelwerk. Dat begint niet met een regel, maar met wat jij aan tafel doet.
Wanneer wisselen wél verstandig is
Er is een tegenwicht nodig, want volledige onbereikbaarheid is geen leiderschap. Er zijn situaties waarin je je taak moet onderbreken, en die zijn goed te benoemen.
Onderbreek voor zaken die onomkeerbaar zijn als je nu niet handelt: een calamiteit, een klant die op het punt staat af te haken, een medewerker in acute nood. Onderbreek ook wanneer jouw antwoord tien mensen deblokkeert. Vijf minuten van jouw tijd tegenover een halve dag stilstand bij anderen is een goede ruil.
Het verschil met reflexmatig wisselen zit in de bewuste afweging. Je kiest ervoor om te wisselen omdat het onderwerp dat waard is, en je keert daarna terug naar waar je was. Dat is iets anders dan reflexmatig meegaan met elk signaal dat binnenkomt. Wil je dieper ingaan op het inrichten van je week, dan vind je in onze kennisbank over timemanagement voor leiders het complete overzicht, met onder meer een uitwerking van deep work voor drukke leiders en time blocking voor directeuren.
Veelgestelde vragen over multitasken
Kunnen sommige mensen wel goed multitasken?
Onderzoek naar zogenoemde supertaskers laat zien dat een zeer kleine groep minder verlies laat zien bij taakwisselen. De kans dat jij daarbij hoort is klein, en opvallend genoeg schatten juist mensen die veel multitasken hun eigen vermogen structureel te hoog in. Ga er praktisch van uit dat de regels ook voor jou gelden.
Hoeveel tijd kost één onderbreking werkelijk?
De pure wisselkosten zijn seconden, maar de weg terug naar volle concentratie duurt bij complex werk vaak vijftien tot twintig minuten. Bij vijf onderbrekingen in een ochtend van drie uur betekent dat: je hebt formeel drie uur gewerkt en feitelijk misschien anderhalf uur op diepte gezeten.
Is taakwisselen tijdens routinewerk ook schadelijk?
Nee. Bij taken die geen bewuste sturing vragen, zoals archiveren of onderweg zijn, kun je prima iets combineren. De schade ontstaat zodra beide taken je werkgeheugen belasten. De praktische vuistregel: combineren mag als je bij één van beide taken niet hoeft na te denken.
Hoe blijf ik beschikbaar voor mijn team zonder terug te vallen?
Maak je beschikbaarheid voorspelbaar in plaats van permanent. Vaste inloopmomenten, een duidelijke route voor echte urgentie en een afgesproken reactietermijn geven je mensen meer houvast dan een deur die altijd openstaat maar achter een half aanwezige leider.
Wat als mijn organisatiecultuur multitasken verwacht?
Cultuur volgt gedrag aan de top. Begin klein en zichtbaar: leg je telefoon weg tijdens overleg en benoem één keer waarom. Combineer dat met een afgesproken reactietermijn, zodat helder is dat trager reageren niet hetzelfde is als minder betrokken zijn. Binnen enkele maanden verschuift de norm mee.
Tot slot
Multitasken is geen karakterfout en geen gebrek aan discipline. Het is een aangeleerde reflex in een omgeving die daar voortdurend om vraagt. Dat maakt het ook oplosbaar: je verandert de omgeving en de reflex verdwijnt vanzelf mee.
Begin bij het kleinste ingrijpen met de grootste opbrengst. Zet je meldingen uit, reserveer één blok per dag voor het werk dat er echt toe doet en houd dat blok twee weken vol. Je zult merken dat je minder aanraakt en meer afmaakt. Dat is precies het soort leiderschap waar je organisatie op wacht.
Even sparren over jouw leiderschap?
Laat je gegevens achter, dan plannen we een impactcall van dertig minuten. We kijken waar jij staat, wat je wilt ontwikkelen en of SiET! daarbij past. Past het niet, dan zeggen we dat gewoon.